Sporing & Wielvlucht afstellen

Het afstellen van de wielvlucht (Camber) en de  sporing gebeurt bij alle naoorlogse Panhards in principe op dezelfde manier en met dezelfde gegevens. In het ook in deze rubriek geplaatste artikel ‘Hoe laat je een Dyna X sturen als een 24?’ wordt dit in het (heel) kort beschreven. Hieronder een uitgebreidere versie, eveneens van de hand van Joannes Collette.

Dit is een artikel uit de Koerier Nr.93 van Juli 1990

Voorkom overmatige bandenslijtage en gegier in de bocht

Willen we er voor zorgen dat onze Panhard lekker rijdt en weinig banden verslijt, dan moeten we zorgen dat de sporing en de wielvlucht (camber) goed zijn ingesteld. Nu hebben we in onze werkplaats waarschijnlijk geen speciale apparatuur voor deze min of meer magische handelingen. Natuurlijk kunnen we een bezoek brengen aan een specialist. Toch kunnen we deze afstellingen uitvoeren met eenvoudige hulpmiddelen.

De afstelling van de wielvlucht en het gelijk maken van de fuseehelling is een kwestie van het goed plaatsen Iets meer naar links of naar rechts) van de bovenste bladveer. Volg hierbij nauwkeurig het werkplaatshandboek.. Uit eigen ervaring blijkt dat deze afstellingen goed zijn uit te voeren met een goede waterpas als meetinstrument. Zorg dat de hoek bij beide voorwielen het zelfde is.

 

Voor het afstellen van de sporing komen we bij het opmeten handen te kort. Hier heb ik iets heel eenvoudigs op bedacht. Het gereedschap bestaat uit:

  • Twee rechte houten latten van ongeveer 70 cm lang.
  • IJzerdraad of touw.
  • Twee slappe trekveren.
  • Een rolmaat.

De werkwijze voor het opmeten van de sporing wordt duidelijk aan de hand van de tekening. De twee latten worden tegen de zijkanten van de banden gehouden door het ijzerdraad/ touw met daarin opgenomen de trekveren.

Met de rolmaat wordt de afstand voor en achter de voorwielen opgemeten. De besturing van de Dyna X is erg slap. Duw de wielen daarom met de hand richting toespoor. Houdt in de gaten dat het in te stellen uitspoor van 3-5 mm, dat wordt opgegeven in het werkplaats handboek, op de velgrand wordt gemeten. Zoals we nu meten voor en achter de wielen, is de afstand tussen A en B ongeveer 60 cm in plaats van op de velgrand. Dan is de afstand 40 cm. De meting moet in dit geval daarom een verschil opleveren van 5-8 mm om het juiste uitspoor te krijgen.

Met deze eenvoudige methode kan de sporing goed worden afgesteld en het bochtenwerk wordt niet langer begeleid door luid gegier!

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Panhard Automobielclub Nederland