De Junior (1951 – 1956)

Door: Frank van Nieuwkerk

Op 17 maart 1951 valt er bij Panhard een brief op de deurmat van J.B.Ferguson, een New Yorkse industrieel en autohandelaar, die hun vraagt of ze niet, uitgaande van de techniek van de Dyna een goedkoop sportwagentje kunnen leveren. Daar zou een mooie markt voor zijn in de VS, al die Amerikaanse soldaten die terugkwamen uit Europa, een paar centen te besteden hadden en de smaak van de Engelse sportwagentjes zoals MG te pakken hadden. Kennelijk heeft de goede man wat foto’s van de Parijse Salon d’Automobile gezien waar onder andere de Callista-Panhard en de DB-Panhard cabriolet (Antem) stonden. Paul en Jean Panhard pikken het idee meteen op en op 16 april al wordt een X86 chassis afgeleverd bij de firma van Di Rosa om een prototype voor zo’n sportwagentje te bouwen. Het project JUNIOR is van start.

Albert Lemaître, een 23-jarige ontwerper krijgt de opdracht de carrosserie voor de toekomstige roadster te ontwerpen. Omdat de Junior een zo goedkoop mogelijk sportwagentje voor een breed publiek moet worden, mag deze carrosserie niet duur zijn en moet daarom zo goedkoop mogelijk te maken zijn. Hij heeft niet lang nodig: binnen 2 maanden is het eerste rijdende prototype klaar voor de eerste tests!

 

 

 

                                                      Eerste Prototype

De beschrijving en wat foto’s worden opgestuurd naar Amerika, maar worden daar niet goed ontvangen: zo’n lelijk en kaal uitgevoerd autootje zou daar onverkoopbaar zijn!

Ondertussen hebben Paul en Jean Panhard de situatie in Frankrijk opnieuw beoordeeld: de direct na-oorlogse beperkingen zijn verlicht, er is wat meer geld bij het publiek, kortom ze denken dat er in Frankrijk wel een markt is voor dit sportwagentje… Maar er moet nog wel wat aan gebeuren:

De neus moet wat langer, dat lijkt wat potenter, de voorruit kan wel wat lager als we ook de zitting wat lager zetten, twee deuren moeten er in en die kont moet wat korter en boller, de bumpers van de Dyna passen er ook goed bij en de net nieuwe grill van de Dyna staat vast beter .

In september zijn de eerste foto’s van deze Junior uitgelekt naar l’Automobile dat er een groot artikel aan wijdt. Met als gevolg dat het in oktober storm loopt op de Panhard stand! Er is duidelijk vraag naar een simpel sportwagentje dat niet te veel hoeft te kosten (De Junior is 15% goedkoper dan de Dyna waarvan ze afgeleid is).

Panhard besluit deze Junior in serieproductie te brengen. En Kow maakt er alvast, voor een nooit verschenen folder, een mooie tekening van:

Voordat de auto echter productierijp is moeten er nog wel veel details aan veranderd worden. De voorruit uit één stuk wordt vervangen door een exemplaar uit twee delen in v-vorm maar al snel weer door één uit drie delen die wel wat doet denken aan de Panoramique voorruiten van voor de oorlog.

Op 31 maart 1952 start de serieproductie.

De carrosserieën worden eerst in de door Di Rosa gehuurde fabriek in La Plaine-Saint-Denis gebouwd maar afgemonteerd in de Panhardfabriek aan de Avenue d’Ivry. De productiecapaciteit is er echter beperkt en de vraag groot dus al snel moet de Panhard fabriek in Orléans bijspringen en vanaf 1953 worden alle Junior carrosserieën daar gebouwd.

De Junior wordt niet echt mooi gevonden, ze wordt wel vergeleken met een schoenendoos of een blok zeep…Maar het is wel een vrolijk autootje en de Spartaanse uitrusting wekt ook een sportief gevoel op.

Maar heel kaal is ze wel, of beter gezegd: voor van alles moet er extra bijbetaald worden:

De hoes voor de kap,de deurpanelen, de mica zijruitjes, het stuurslot, de wieldoppen en natuurlijk helemaal voor de “Sprint”-motor, die het karretje nu juist wat sportiever moet maken…

Als je al die “Luxe”er toch op wilt hebben, ben je net zoveel kwijt als voor een Dyna X.

In de loop der tijd wordt er het één en ander verbeterd aan de Junior, maar dat betreft voornamelijk de carrosserie en het interieur. In oktober 1952 worden de deuren wat ronder en tegen het eind van dat jaar verdwijnen ook de zichtbare deurscharnieren.

Tegen februari 1953 toch een belangrijke wijziging: het chassis wordt verbreed waardoor er nu drie personen op de bank passen! (De carrosserie hoeft hiervoor niet te worden aangepast.) Even later wordt de voorruit aangepast: de kleine ruitjes van die driedelige voorruit worden nog kleiner en hebben nu een driehoekige vorm. Ook wordt het ronde remlicht / nummerplaatverlichtingslampje dat van de Dyna X was overgenomen door een moderner exemplaar vervangen. In mei 1953 verdwijnen ook de zichtbare scharnieren van de motorkap.Nu verdwijnt trouwens ook de Panhard-logo dat in de achterbumper was geperst. Ook het “Dyna”logo dat ook van de Dyna X was overgeleverd het veld moet ruimen voor het Panhard-logo van de Dyna Z.

In juni 1953 grote veranderingen: de bank wordt verstelbaar! En de (ook van de Dyna X overgenomen grill verdwijnt en in plaats daarvan siert vanaf nu een aluminium buisvormig motief de koelluchtopening. Tenslotte verdwijnt nu ook het van de Dyna X overgenomen dashboard, in plaats daarvan een simpel dashboard met twee klokken er in.

Na 1953 zijn vrijwel alle Juniors cabriolet-modellen, de sportster werd haast niet meer gebouwd.

Na 1954 onderging de Junior geen wijzigingen meer, Panhard had het nu te druk met de Dyna Z. En na 1955, toen Panhard fuseerde met Citroën, was de Junior ten dode opgeschreven. In het laatste productiejaar, 1956, in juli werd de laatste Junior afgeleverd. Deze laatste serie kon ook geleverd worden met een MAG compressor die ervoor zorgde dat de prestaties die van de Dyna Z overtroffen, maar dan wel ten koste van een sterk gestegen benzineconsuptie…

In totaal zijn er 4700 Juniors gebouwd, de meeste als 5CV, slechts 230 zijn als 4CV afgeleverd. De 3CV versie, die wel in de prijslijsten stond is nooit gebouwd.

België

In januari 1954 wordt op het Brussels Salon een speciale , Belgische, Junior gepresenteerd. Dit model wordt gebouwd bij de Brusselse carrossier Albert D’Ieteren, die ook voor Panhard in Belgie de X assembleerde. Deze Junior is meer aangepast aan de Belgische smaak. Een gebogen voorruit en een gewijzigde grille zorgen voor een veiliger uitzicht, terwijl een kofferdeksel, een totaal herziene binnenuitrusting en een versnellingshendel aan het stuur (zeer in trek in 1954) de wagen wat aantrekkelijker maken. Volgens hem bezit deze voor 60 % Belgische wagen een “haute couture” koetswerk. Daarnaast stelt Albert D’Ieteren hier een cabriolet voor op basis van de Junior, met een totaal verschillend koetswerk . Spijtig genoeg blijft dit het enige exemplaar.

Er bestaat ook een coupé-versie van deze Junior die gelukkig bewaard is gebleven.

Nederland

De Nederlandse carrosseriebouwer Van Rijswijk heeft ook een soort Junior geworpen. Zijn ontwerp op basis van de Dyna X86, hoe aantrekkelijk ook, heeft de productie niet weten te halen. Maar mooi was deze Van Rijswijk zeker!

Electrische Junior

De electrotechnisch ingenieur Henri André kocht in 1954 een (nieuwe) junior zonder motor en in de spuitplamuur. Hier ging hij zich op uitleven. Met een –voor die tijd- zeer geavanceerd regelsysteem lichte (maar zeer dure) zink-zilver accu’s, een even geavanceerd automatisch oplaatsysteem, was deze Junior het beste dat met de toen beschikbare techniek mogelijk was.

Topsnelheid was 85 km/u, max. bereik 230 km. De auto trok veel belangstelling, maar kwam niet in productie. 8 jaar later is er wel een kleine serie Renault Dauphines met het zelfde systeem gebouwd.

Pichon-Parat

​Ook de bekende carrosseriebouwer Pichon Parat ging met de Junior aan de slag: hij bouwde een aantal Juniors met coupé-dak, dit verbeterde de stroomlijn, en dus de prestaties, aanmerkelijk. De Pichon-Parat Juniors hebben bij Rallyes prijzen gewonnen.

 

 

 

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Panhard Automobielclub Nederland